

Als coassistent ga je van afdeling naar afdeling. Je leert van dokters, verpleegkundigen én patiënten. Tijdens mijn eerste week gynaecologie in een Haags ziekenhuis luisterden we in de ochtendoverdracht gezapig naar de bevallingen van afgelopen nacht. De arts-assistent van de nachtdienst was rustig aan het vertellen, tot een specialist haar onderbrak: er was een ‘BPA-echo’ gemaakt.
De gynaecoloog richtte zich tot onze tafel (de coassistenten mochten niet tussen de artsen zitten) en vroeg luidkeels of de co’s wisten wat dit was. Overvallen door paniek hield ik mijn mond. Ik was niet de enige, ons tafeltje viel stil. De gynaecoloog fronste, richtte zijn vraag nu aan de arts-assistenten en kreeg alleen ongemakkelijke blikken terug. Zelfs zijn vakgroepsgenoten zwegen! Toen barstte hij in lachen uit: hij had zelf óók geen idee wat een BPA-echo was.
Toen viel bij mij het kwartje: iedereen was bang om dom over te komen en durfde niet de vraag te stellen waar die verdraaide afkorting voor stond. Van student tot specialist dacht iedereen: “Dit hoor ik te weten, ik ga mijzelf niet voor aap zetten.” Sindsdien stel ik mijn vragen hardop, ook als ik denk dat ik het antwoord zou moeten weten. Ik ben benieuwd: herken jij dat ook in jouw werk? Zijn er momenten waarop verpleegkundigen diezelfde rem voelen, of kunnen wij juist iets van jullie leren?
PS: En het mooiste van alles? Die BPA‑echo bleek niet eens te bestaan. Kortom: een volle zaal in spanning om een typefout!

We proberen ze op de afdeling welkom te heten door de koffieautomaat aan te wijzen en te vertellen in welk ‘hok’ de artsen straks zitten. Soms zien ze er een beetje verloren uit.. Of jullie iets van ons kunnen leren? Nouja, Nurses Know Better! Zonder gekheid: natuurlijk kunnen we altijd van elkaar leren. Toen ik als leerling werkte, werd ik gestimuleerd om zonder checklist of computer naast de patiënt te gaan zitten en in gesprek te gaan. Simpele vragen zoals: wat is uw beroep, wie zijn belangrijk voor u, wat doet u zoal op een dag, kunnen een gesprek op gang brengen. Het helpt je om van theorie naar praktijk te gaan.
Soms wijst het je de goede richting voor een behandeling. Vorige week had ik een patiënt met buikpijn. Hij was best moeizaam in de omgang en ook verslaafd. Ik maakte wat tijd om met hem te praten, en hij begon te vertellen. Een aangrijpend verhaal. Ik merkte dat hij meer last had van onttrekking dan van buikpijn. Na overleg konden we hem de juiste medicatie geven, was de onrust over en de buikpijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Wees nieuwsgierig. Naar patiënten, collega’s en studenten (ja ook de co’s!), dan wordt het stellen van vragen en ook het antwoorden een stuk makkelijker en leuker!