

Regelmatig komen er patiënten op de AOA bij wie ik me afvraag: ‘heeft deze patiënt onze zorg wel nodig?’ Het is onze dagelijkse praktijk dat patiënten ineens achteruit gaan en acuut zorg nodig hebben. Terwijl verpleegkundigen en arts samen de ABDCD doorlopen, diagnostiek uitvoeren en interventies toepassen, denken we na over de klinische presentatie en de mogelijke oorzaken. Een geoliede machine! Toch zie ik ook regelmatig patiënten waarbij ik twijfel of zij onze acute zorg nodig hebben. Ik denk bijvoorbeeld aan een vrouw op hoge leeftijd die thuis was gevallen. Op de SEH bleek dat ze niets had gebroken, maar ze was wel zwak. De familie vertelde dat het thuis wonen eigenlijk al een tijdje niet meer ging. Mevrouw werd opgenomen zodat wij als ziekenhuis de juiste zorg konden regelen. Dit kan mij, als acute verpleegkundige, weleens frustreren. Deze mevrouw heeft zorg nodig. Dat is zeker en ook erg belangrijk, maar ziekenhuiszorg? Ik vraag mij regelmatig af hoe we als zorgprofessionals onze invloed kunnen gebruiken om in het GHZ ruimte te houden voor de echt acuut zieke patiënten, nu en in de toekomst. Hoe kijk jij hier naar als arts?

De vraag hoe passend ons ziekenhuis – of specifieker nog: onze AOA – is voor deze zorg, is terecht. In het GHZ zien we veel patiënten die verschillende vormen van ziekenhuiszorg nodig hebben: infuusmedicatie, zuurstof, ingrepen of acute zorgafhankelijkheid. Patiënten van die laatste groep hebben vaak door een recent medisch probleem plots thuiszorg of een zorgplek nodig. Als die niet snel geregeld kan worden, komen ze in gevaar. Dan zijn er nog maar weinig opties: een eerstelijns verpleeghuisbed of opname in ons ziekenhuis. Aan de ene kant ben ik het met je eens; als arts ervaar ik veel voldoening bij het leveren van juist die acute zorg. Soms voelt het alsof de acute patiënt meer recht heeft op een bed dan de oudere die rustig wacht op een zorgplek. Tegelijkertijd is de AOA meer dan het hollen en de actie zoals je in de medische televisieseries ziet. Hier verfijnen we diagnoses, sturen we beleid van de SEH bij en bepalen we hoe een patiënt verder doorstroomt in ons ziekenhuis. Dit is cruciaal, want iemand die op de verkeerde afdeling ligt – Ouderengeneeskunde in plaats van Chirurgie of andersom – is lastig te verplaatsen. In de uren die volgen na de opname kunnen verhalen aangevuld worden, labuitslagen bekend worden en behandelwensen veranderen. Hiermee krijgen we de juiste zorg op de juiste plek. Wie weet ontstaat er in de toekomst een mooi systeem waarmee we deze patiënten die zorg buiten het ziekenhuis acuut kunnen bieden. Tot er iets beters is, blijft de AOA een plek waar we doen wat nodig is – hoe verschillend dat per patiënt ook kan zijn.